De sportvereniging als sociale ontmoetingsplek in de wijk…

De afgelopen periode heb ik voor de Verenigbare Club veel gesprekken gevoerd met sportverenigingen en sportbijeenkomsten bijgewoond. ‘De gemeente doet niks meer!’ hoor ik regelmatig bestuurders van sportverenigingen roepen.Moeten wij hier ons verantwoordelijk voor voelen?’ of ‘Wij willen wel, maar hebben geen idee hoe.’ Dit zijn natuurlijk interessante uitspraken in verenigingsland. Sportverenigingen hebben het moeilijk en de gemeente heeft geen geld. Het geeft aan dat er een grijze behoefte is, waar niemand zich tot nog toe verantwoordelijk voor voelt.

Sport was vroeger vooral een doel. Het werd vooral als vermaak gezien of er werd onderling gekeken wie de sterkste of snelste was. Onaanvaardbaar gedrag, werd sporten vroeger ook wel genoemd. Iets wat ik mij nu nauwelijks voor kan stellen. Tegenwoordig is sport in onze maatschappij niet meer weg te denken. Sport wordt in Nederland zowel actief als passief beleefd en is vercommercialiseerd. We streven allemaal naar een gezonde en sociale leefstijl, waarvan sporten op onze eigen unieke manier een belangrijk onderdeel vormt in ons leven. De kijk op sport is dan ook drastisch veranderd. Waar sport actief of passief beleefd wordt, ontmoeten mensen elkaar en ontstaat er een verbintenis. Sport wordt gezien als een belangrijk middel.

Sinds de 19e eeuw is sport zich in georganiseerd verband gaan ontwikkelen. Dit uitte zich in het ontstaan van de traditionele sportvereniging. Waar mensen vooral samen komen om gezellig te sporten, erbij willen horen en zich thuis voelen. Een ontmoetingsplek, waar leden nog geen abonnement kenden, maar echt lid waren. Sportverenigingen zijn vrijwilligersorganisaties en worden gesubsidieerd door de overheid om een beweegaanbod te creëren. Een enorme kracht, die al honderd jaar maatschappelijke waarde heeft.

Sportverenigingen spelen in de Nederlandse sportwereld een dominante rol en zijn vertakt in de samenleving. Een sportvereniging draait volledig op vrijwilligers en vormen het kloppend hart. Dit is tamelijk uniek en maakt Nederland tot een verenigingsland. Iets wat inmiddels een belangrijk onderdeel is geworden van de maatschappij en door nieuwe ontwikkelingen een steeds centralere rol krijgt. Steeds meer organisaties en de overheid hechten waarde aan het verenigingsleven.

Tegenwoordig hebben sportverenigingen te maken met een veranderende omgeving. Een lid dat tegenwoordig geen lid meer is, maar vooral consumeert. Vrijwilligers zijn al decennialang lastig te vinden, de werkdruk op de huidige vrijwilligers neemt toe, subsidies van de overheid nemen af. Ondertussen zadelt de overheid sportclubs wel met allerlei beleidswensen op. (Zie mijn vorige blog).

Sportverenigingen worstelen met deze veranderende omgeving. Hebben vooral moeite om de eigen broek omhoog te houden. Komen handjes te kort. Bovendien hebben ze nog vaak te maken met een conservatieve houding, die vooral gericht is naar de overheid (‘De gemeente doet niks meer!’). Er wordt vooral binnen de eigen club gekeken naar hoe problemen opgelost zouden kunnen worden. Tot slot merk ik vooral dat bestuurders van sportverenigingen tegenwoordig meer met randzaken bezig zijn, dan met besturen. In de houding van de sportvereniging valt dus nog veel winst te behalen.

Vandaar dat ik zelf een initiatief ben begonnen. De Verenigbare club heeft als doel om de sportvereniging een sociale ontmoetingsplek te laten worden in de wijk. Simpelweg door ze bewust te maken van het feit dat samenwerking voor het bestaansrecht van een sportvereniging een must is.

Waarom ik dit doe? Ik geloof in de sportvereniging als sociale ontmoetingsplek. De kracht en de laagdrempeligheid van de sportvereniging en het potentieel aan sociaal kapitaal. Ik maak sportverenigingen bewust van het feit dat ze een grotere maatschappelijke rol kunnen spelen en help ze hierbij. Leer ze verder te kijken dan de eigen vereniging. Door kennis te delen, van elkaar te leren en ondersteuning te bieden om elkaars krachten bundelen.

De maatschappelijke problemen nemen namelijk toe. De babyboomers die vergrijzen en vereenzamen. Leefbaarheid neemt af in een wijk. De sportvereniging kan een sterkere rol op zich nemen om problemen in de wijk preventief aan te pakken. Hiermee wordt de sportvereniging en haar positie automatisch sterker.

‘Maar we zijn al maatschappelijk actief, want we bieden sport aan!’ Riep laatst een bestuurder. Dat klopt. Alleen gezamenlijk kunnen we de positie van de sportvereniging versterken. Te veel mensen en organisaties vieren hun eigen feestje. Het is goed om de krachten te bundelen en gezamenlijk te kijken naar de mogelijkheden. Google voor de gein maar eens op ‘gemeente doet niks’. Genoeg resultaten. Bijvoorbeeld dat er niks wordt gedaan aan een kapotte stoeptegel in de buurt. Waarbij de gemeente regelmatig de partij is, die wordt gebombardeerd tot de verantwoordelijke voor een probleem.

Waar het mij om gaat is de essentie. We moeten niet meer een partij verantwoordelijk maken voor ons probleem, maar overstijgend denken. Wat kan ik als sportvereniging zelf doen? Hoe kunnen wij gezamenlijk een bijdrage leveren om dit probleem alvast te dekken of een begin te maken. Het gaat om een andere houding en een andere benadering, want een sportvereniging die zijn sociale gezicht laat zien en meerdere rollen vervult, is voor sponsors aantrekkelijker en werft makkelijker nieuwe vrijwilligers. En de gemeente? Die is dan echt wel bereidt om een bijdrage te doen. Want geld is er wel, het komt slechts uit een ander potje. Die van het sociale domein.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *